Onze drie doelstellingen

1. Lokale oplossingen die passen bij de wensen van de inwoners van Oude IJsselstreek
2. Een brede afspiegeling van Oude IJsselstreek vormen met leden uit elke kern
3. Constructief samenwerken met inwoners en partners van de gemeente

Ria Ankersmit over verbinden en vooruitkijken

Ria Ankersmit (55) is sinds 2018 wethouder en gaat als lijsttrekker van Lokaal Belang voor een derde termijn. Ze is geboren en getogen in Westendorp, getrouwd en moeder van twee volwassen dochters. We spraken met haar over verbinden, toekomstgericht denken en waarom lokale politiek soms best ingewikkeld kan zijn.

Je bent al bijna 8 jaar wethouder. Hoe ben je zo in de politiek gerold?

Ik ben altijd op de achtergrond actief geweest voor Gemeentebelangen in Wisch, voor Westendorps Belang en de Stichting Westendorphuus. Sinds 2005 ben ik lid van Lokaal Belang Oude Ijsselstreek, opgericht in 2003, voorafgaand aan de gemeentelijke herindeling. Toen er een wethoudersfunctie vrijkwam, herkende ik mezelf in het profiel en heb ik de stap gezet.

Wat voor wethouder wil je zijn?

Voor mij begint het met verbinden. Je hebt als wethouder veel opgaven tegelijk: wonen, voorzieningen, geld, leefbaarheid. Wat je probeert, is dat je gemeente er altijd kwalitatief op vooruit gaat. Dan moet je het gesprek blijven voeren met inwoners én met de gemeenteraad. Ik zeg vaak: ik doe het niet voor mijn generatie, maar voor die van mijn dochters. Ik wil dat we stap voor stap vooruitgaan, met keuzes die ook op de lange termijn goed zijn.

Je bent wethouder, maar ook gewoon inwoner. Merk je zelf ook iets van beleid en regels?

Zeker. Ik sta niet buiten de samenleving; ik woon hier, en ik loop óók weleens tegen regels aan. Dat is juist goed, het houdt me scherp. Wanneer ik als inwoner merk dat iets onnodig ingewikkeld is, dan voel ik meteen hoe dat voor andere mensen moet zijn. Het helpt me om beleid nuchter te houden: simpel waar het kan en zorgen dat het in de praktijk werkt.

Als er één thema is dat iedereen raakt, dan is het wonen. Wat is nu het belangrijkste?

Dat we nú doorpakken. Woningbouw was lang ingewikkeld als gevolg van beperkte nieuwbouwmogelijkheden, en dat merk je pas later omdat er geen woningen bijgebouwd mochten worden. Daarom versnellen we nu waar het kan, door zelf als gemeente te ontwikkelen en bouwers te faciliteren met vijf aangewezen bouwlocaties verspreid over de gemeente. Daarnaast in de kleine kernen bouwmogelijkheden te bieden voor de behoefte aldaar.

Tegelijk blijft zorgvuldigheid belangrijk: je wilt een goede toekomstbestendige plek én je neemt inwoners mee in het te doorlopen ontwikkelproces. Dat kost tijd, maar inspraak hoort bij hoe we het hier willen doen. Het democratische proces is iets waar we zuinig op moeten zijn.

Hoe zorg je ervoor dat het niet blijft bij plannen?

Door te kiezen voor wat uitvoerbaar is. Dus: waar kan het sneller, wat zijn de randvoorwaarden, en hoe
maken we het toekomstbestendig? Niet alleen bouwen, maar ook rekening houden met de woonomgeving, denk aan groen, water en rioolbeheer en hittebestendig. Als je nu bouwt, moet het over 20 of 30 jaar ook prettig wonen zijn.

Wat zijn nog meer speerpunten?

De IKC’s: integrale kindcentra. Dat is echt de toekomst. Scholen, peuterspeelzalen, kinderopvang en BSO onder één dak. Dat geeft rust: kinderen blijven op één vertrouwde plek en ouders hoeven minder te schakelen.
In onze gemeente zie je al wat dat oplevert: in Gendringen is IKC De Wijssel sinds dit schooljaar in gebruik en in Ulft is IKC De Oersprong al langer een voorbeeld van die samenwerking.
En natuurlijk onze vrijwilligers. Zonder vrijwilligers kunnen we veel dingen niet. Ze houden onze verenigingen, dorpshuizen en initiatieven draaiend en zorgen voor sociale samenhang in de kernen. Dat werk is vrijwillig, maar zeker niet vrijblijvend. Als gemeente moeten we dat serieus nemen: ruimte geven waar het kan, drempels wegnemen en vooral laten merken dat we zien wat vrijwilligers betekenen.

Je bent wethouder voor een lokale partij. Is er een groot verschil met landelijke politiek?

Absoluut. In Den Haag gaat het vaak over systemen en regels; lokale politiek gaat over je straat en je dorp. Tegelijk zijn we afhankelijk van die landelijke regels en geld. Dat maakt het soms ingewikkeld: wij moeten het lokaal waarmaken, terwijl besluiten ergens anders worden genomen.

Daarom ben ik ook bestuurslid van de Vereniging Nederlandse Gemeenten afdeling Gelderland. Daar kan ik sneller schakelen en signalen uit onze kernen eerder inbrengen. En ik hoor eerder wat eraan komt, zodat ik het kan vertalen naar wat het voor hier betekent.

Veel gemeenten waarschuwden voor financiële problemen. Hoe staat Oude IJsselstreek ervoor - en wat merkt een inwoner daarvan?

We hebben de afgelopen jaren eerlijk gezegd dat er landelijk minder geld naar gemeenten zou komen. Daarom hebben we samen met inwoners verkend waar we eventueel konden besparen. Maar in 2025 hebben we meer inkomsten van het rijk ontvangen, dit door de landelijke inzet van gemeenten en zijn we op positieve cijfers uitgekomen.
Dat betekent dat we een aantal bezuinigingen gelukkig niet hoeven door te voeren - al houden we scenario’s wel achter de hand. Voor inwoners gaat het om duidelijke keuzes: riool en afval móéten we kostendekkend doorberekenen, maar waar we kunnen sturen, zoals bij de OZB, willen we de lasten zo laag mogelijk houden en niet onnodig verhogen.

Wat wil je de komende jaren nog graag bereiken?

Dat Lokaal Belang Jong blijft groeien; het is belangrijk voor de toekomst van onze gemeente. Ik vind het mooi als jongeren laagdrempelig - bij wijze van spreken met een zak chips erbij - met elkaar over politiek praten.

Zij kijken vaak frisser en vrijer naar oplossingen, terwijl wij soms te snel denken in wat niet kan. Die frisse blik hebben we nodig. Daarom staan er nu ook maar liefst zeven jongeren op onze kieslijst.

En dat is precies wat past bij het beleid van Lokaal Belang: investeren in de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen.